Gemeenten kunnen bijdragen aan het versterken van het netwerk rondom jonge mantelzorgers. Door de gezinssituatie van zorgvragers in kaart te brengen via WMO-medewerkers en buurtteams kunnen jonge mantelzorgers tijdig gesignaleerd en ondersteund, dan wel doorverwezen worden.

Gezondheid

Het is belangrijk dat jongeren lekker in hun vel zitten en goed mee kunnen op school. Hiervoor zijn zowel de fysieke als psychosociale gezondheid van belang. Hieronder is informatie opgenomen over chronische aandoeningen, gehoorschade, geluk, eenzaamheid, pesten en weerbaarheid. Tevens wordt inzicht gegeven in de resultaten van het door de Jeugdgezondheidszorg gebruikte landelijke signaleringsinstrument Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). Tenslotte wordt inzicht gegeven in hoe de Zuid-Limburgse jeugd de gezondheid zelf ervaart.

Selecteer het thema en het bijbehorende subthema:

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form

Gemeente

Trends

Geografische vergelijking
13-16 jarigen in 2015

Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 13-16 jarigen GGD Zuid Limburg 2015

Verschil tussen leeftijdsgroepen in 2015

Verschil tussen jongens en meisjes in 2015

Verschil tussen opleidingsniveau's in 2015

Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd 13-16 jarigen GGD Zuid Limburg 2015

Ervaren gezondheid

Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid wordt gemeten met behulp van de vraag: ‘Hoe is over het algemeen je gezondheid?’ met de antwoordopties: ‘zeer goed’, ‘goed’, ‘gaat wel’, ‘slecht’, ‘zeer slecht’. In de grafieken zijn de antwoordcategorieën ‘zeer goed’ en ‘goed’ samengenomen. (RIVM, 2016).

Meeste jongeren voelen zich gezond

De meeste jongeren (ongeveer 9 op de 10) voelen zich gezond. Zij beoordelen hun gezondheid als goed of zeer goed. Jongens ervaren hun gezondheid vaker (zeer) goed dan meisjes (91% versus 87%). Naarmate de opleiding stijgt, beoordelen de jongeren  hun gezondheid vaker als (zeer) goed.

Geografische verschillen

Er zijn geen grote verschillen tussen de jongeren van de verschillende Zuid-Limburgse gemeenten voor wat betreft hun ervaren gezondheid.

Geluk

Zuid-Limburgse jeugd is gelukkig

Meer dan de helft van de Zuid-Limburgse jongeren geeft zichzelf een cijfer 8 of hoger op een schaal van 0-10 als ze de eigen geluksbeleving van de afgelopen maand moeten waarderen. Jongeren in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs voelen zich gelukkiger dan jongeren in het vierde leerjaar. Jongens voelen zich iets gelukkiger dan meisjes en ook jongeren die een hoger opleidingsniveau volgen, voelen zich gelukkiger dan jongeren die een lager opleidingsniveau volgen.

Geografische verschillen

Er zijn geen grote verschillen in geluksbeleving tussen de jongeren van de verschillende Zuid-Limburgse gemeenten.

Psychosociale gezondheid

Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ)

Om de psychosociale gezondheid bij de jeugd te meten, wordt binnen de Jeugdgezondheidszorg gebruik gemaakt van het landelijke signaleringsinstrument Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). Dit is een korte vragenlijst die door ouders en/of jeugdige wordt ingevuld voorafgaand aan het jeugdgezondheidsonderzoek. Bij een verhoogde  score (≥14) is er een verhoogde kans op een slechtere psychosociale gezondheid en dit geeft aanleiding tot zorg op maat. Psychosociale problemen kunnen namelijk effect hebben op veel verschillende aspecten, zoals schoolprestaties maar ook deelname aan vrijetijds- en sociale activiteiten. Het kan leiden tot langdurig verzuim en zorggebruik. Dit kan beperkingen meebrengen voor de maatschappelijke ontwikkeling van de jeugd (Zeijl et al., 2003).

Goede psychosociale gezondheid

De meeste jongeren hebben een goede psychosociale gezondheid, maar bijna 24% heeft op de SDQ een score die op problemen duidt. Van de verschillende aspecten van psychosociale en gedragsproblematiek komen emotionele problemen en  hyperactiviteit het meest voor. Bij emotionele problemen kan men denken aan zenuwachtige of angstige gevoelens, laag zelfvertrouwen, overmatige hoofdpijn of zich zorgen maken. Bijna 20% van de jongeren geeft aan emotionele problemen te ervaren. Zij herkennen zich bijvoorbeeld in de uitspraak ‘ik ben vaak ongelukkig, in de put of in tranen’. Ongeveer 15% van de jongeren heeft last van hyperactiviteit. Zij vinden zichzelf bijvoorbeeld rusteloos of snel afgeleid. Emotionele problemen komen relatief veel voor bij meisjes (bij ruim 29%), maar niet bij jongens. Jongens daarentegen hebben wat vaker gedragsproblemen (bijna 13%), zoals snel boos of driftig worden en vechten.

Relatie opleidingsniveau en psychosociale problemen

Naarmate het opleidingsniveau hoger is, zijn er minder leerlingen met psychosociale problemen. Het grootste verschil ligt in de  totaalscore op psychosociale problemen, gedragsproblemen en problemen met leeftijdgenoten.

Geografische verschillen

Het percentage Zuid-Limburgse jongeren met psychosociale problemen verschilt niet van het landelijk gemiddelde. Het percentage jongeren met psychosociale problemen verschilt wel tussen de Zuid-Limburgse gemeenten van 12% tot bijna 24%.

Eenzaamheid

Eenzaamheid is een gevoel van verlatenheid, van geïsoleerd zijn. Iemand kan veel vrienden hebben en zich toch eenzaam voelen. Wanneer een jongere wel mensen om zich heen heeft,  maar de relatie met hen ontbreekt, kan sprake zijn van emotionele eenzaamheid. Een jongere kan ook sociaal eenzaam zijn. Sociale eenzaamheid is het missen van een betekenisvolle relatie met een bredere groep mensen, zoals kennissen, buren of vrienden.

Merendeel jongeren niet eenzaam

De meeste jongeren hebben geen last van eenzaamheid, maar toch geeft bijna 1 op de 20 jongeren aan zich vaak eenzaam te voelen. Meisjes voelen zich vaker eenzaam dan jongens. Jongeren gaven antwoord op de vraag: ‘Voel je je wel eens eenzaam?’.

Geografische verschillen

Er zijn grote verschillen tussen de percentages jongeren die zich eenzaam voelen per gemeente. In de gemeente met het laagste percentage geeft 0,5% van de jongeren aan zich wel eens eenzaam te voelen. In de gemeente met het hoogste percentage is dit 7%.

Risico op gehoorschade

1 op de 5 jongeren wel eens last van gehoor

Aan de jongeren is gevraagd of ze na het beluisteren van muziek met oordoppen of koptelefoon een piep in de oren, een doof gevoel of een verminderd gehoor hebben ervaren. Eén op de 5 jongeren gaf aan hier soms of vaak last van te hebben. Hier is geen beduidend verschil tussen jongens versus meisjes of tweede- versus vierdeklassers. Naarmate het opleidingsniveau daalt, is het percentage jongeren dat wel eens klachten ervaart hoger.

Geografische verschillen

In de regio Zuid-Limburg geven ongeveer 22% jongeren aan wel eens last te hebben van het gehoor nadat ze muziek beluisterd hebben met oordoppen of koptelefoon. Het percentage jongeren met klachten varieert per gemeente van 11,1% tot 27,7%. De meeste gemeenten hebben een percentage van rond de 20%.

Weerbaarheid

Weerbaarheid is een breed begrip. Het is nauw verwant aan het begrip veerkracht, dat staat voor opgewassen zijn tegen of om kunnen gaan met tegenslagen en moeilijke omstandigheden. In onderstaande context gaat weerbaarheid over ‘nee kunnen zeggen tegen ongewenste (groeps)druk en/of verleidingen die aanzetten of uitnodigen tot ongezond of riskant gedrag’ (Wijga, 2013).

Meeste jongeren zijn weerbaar

De meeste jongeren zijn weerbaar en er zijn geen grote verschillen tussen tweede- en vierdeklassers en tussen de onderwijsniveaus. Wel zijn meisjes vaker onvoldoende weerbaar dan jongens. Jongeren is gevraagd in hoeverre ze het eens of oneens waren met acht stellingen zoals ‘ik laat mij makkelijk overhalen om dingen te doen die ik niet wil’, ‘ik doe alleen maar dingen die ik zelf echt wil’ of ‘ik kom voor mezelf op als iemand mij uitscheldt, beledigt of bedreigt’. Op grond van de antwoorden is een totaalscore berekend.

Geografische verschillen

Vergeleken met de jongeren in heel Nederland, zijn meer jongeren in Zuid-Limburg onvoldoende weerbaar (7,1% vs. 8,8%). Tussen de Zuid-Limburgse gemeenten varieert het percentage onvoldoende weerbare jongeren van 3,4% tot 10%.

Chronische aandoeningen

1 op de 4 jongeren heeft chronische aandoening

Binnen de Gezondheidsmonitor Jeugd wordt gevraagd naar het hebben of het in de afgelopen 12 maanden gehad hebben van één of meerdere fysieke en psychosociale aandoeningen die door een arts zijn vastgesteld. Ongeveer een kwart van de jongeren gaf aan minimaal één chronische aandoening (astma, chronische vermoeidheid, diabetes mellitus, eczeem, buikklachten, migraine, aangeboren hartaandoeningen, ADHD, kanker, depressie) te hebben. De meest voorkomende aandoeningen onder jongeren zijn astma, eczeem, migraine en ADHD. Meisjes hebben vaker last van eczeem, aanhoudende buikklachten en migraine. Jongens hebben vaker ADHD. Naarmate het opleidingsniveau stijgt, worden door jongeren minder chronische aandoeningen gemeld. Vooral ADHD komt dan minder vaak voor. Opvallend is dat meisjes ongeveer twee keer zo vaak aangeven dat ze lijden aan depressie en/of migraine en zelfs bijna 4 keer zo vaak last hebben van buikklachten. Anorexia en/of boulimia worden heel weinig gerapporteerd. Hetzelfde geldt voor depressie.

Geografische verschillen

Het percentage jongeren dat kampt met minimaal 1 chronische aandoening verschilt aanzienlijk per gemeente (tussen 17% en 29%). Ook het percentage jongeren met psychosociale problemen verschilt tussen de gemeenten (tussen 12% en 24%). Opvallend is dat gemeenten met de hoogste percentages jongeren met chronische aandoeningen en/of psychosociale problemen voornamelijk gelegen zijn in de Westelijke Mijnstreek en Parkstadregio.

Pesten

Pesten en gepest worden is geassocieerd met een verhoogde kans op zowel psychosociale als lichamelijke gezondheidsklachten (Due et al., 2005; Sourander et al., 2007). Deze gezondheidsklachten manifesteren zich al meteen op jeugdige leeftijd, maar pesten en gepest worden voorspelt ook een slechtere psychosociale gezondheid op volwassen leeftijd.

1 op de 10 jongeren wel eens gepest

Eén op de 10 jongeren (klas 2 en klas 4 voortgezet onderwijs) geeft aan dat hij/zij in de afgelopen 3 maanden wel eens is gepest. Ongeveer een derde hiervan (3,3%) wordt structureel gepest, dat wil zeggen één of meerdere keren per week. Voorbeelden van pesten zijn roddelen, vervelende berichtjes sturen, iets afpakken, spugen of iemand buitensluiten. Meisjes worden vaker gepest dan jongens. Het percentage pesten neemt af naarmate  jongeren een hoger opleidingsniveau volgen.

Jongens pesten vaker dan meisjes

Ongeveer 8% van de jongeren (klas 2 en klas 4 voortgezet onderwijs) heeft in de afgelopen 3 maanden wel eens zelf iemand gepest. Bijna 2% deed dit structureel (1 of meerdere keren per week). Jongens pesten 3 keer vaker dan meisjes. Het pesten van anderen komt vaker voor onder de vierdeklassers en naarmate een lager opleidingsniveau wordt gevolgd.

1 op 20 jongeren gepest via internet

Ongeveer 1 op de 20 jongeren (klas 2 en klas 4 voortgezet onderwijs) zegt dat ze in de afgelopen 3 maanden wel eens via internet zijn gepest (cyberpesten). Bij ongeveer 1% gebeurde dit structureel (1 of meerdere keren per week). Ongeveer dezelfde percentages gelden voor het zelf pesten via internet. Als jongeren een lager opleidingsniveau volgen, komt zelf pesten en gepest worden via internet vaker voor. Jongens pesten anderen vaker via internet dan meisjes. Tweedeklassers worden vaker via internet gepest dan vierdeklassers.

Geografische verschillen

Er is nauwelijks verschil tussen Zuid-Limburgse jongeren en jongeren van heel Nederland als het gaat over pesten en gepest worden. Binnen Zuid-Limburg zijn de verschillen tussen de gemeenten echter groot. Het laagste percentage wekelijks gepest worden is 1,2% en in de gemeente met het hoogste percentage ligt dit op 4,3%. De range voor wekelijks anderen pesten varieert van 0% tot 2,4%.